Instructie aan huis, theorie

HOUDING EN ZIT

Kijk recht vooruit over de oren van je paard. Houd daarbij het orenspel en de stelling van je paard in de gaten.

Tijdens oefeningen of wendingen kijk je niet alleen in de richting waar je naar toe gaat, maar ook naar je paard, op zo’n manier kan je ook zien of dat je paard de juiste stelling blijft houden.

Dit kijken naar je paard doe je alleen met je ogen en mag NOOIT zo zijn dat je hoofd naar beneden knikt.

Je onderarm-hand-teugel vormen één lijn richting de mond van je paard.

Beide armen hangen vanaf je schouder ontspannen naar beneden. Met je elleboog licht tegen je lichaam aan.

Je hand houdt de teugel ontspannen vast zonder te knijpen. Denk maar alsof je een vogeltje in je handen vasthoudt.

Schouder-heup-hak vormen één lijn.

Kijk je langs je knie naar beneden, dan mag je de punt van je laars niet zien.

Je zit en benen zijn ontspannen maar wakend. Wakend om op elk moment aan te drijven.

De hak is laag maar niet overdrijven anders heb je teveel spierspanning in de kuit waardoor je been niet meer ontspannen is.

Je tenen wijzen richting de neus van je paard.

Kijk je langs je knie naar beneden, dan mag je je tenen niet zien.

*